Koortsdeunen

  • 2 min.
  • Voorwoord

’t Is triestig dat het regent in den herfst,
dat het moe regent in den herfst, daar-buiten,
- En wat de bloemen wégen in den herfst;
- en de óude regen lekkend langs de ruiten...

Zwaai-stil staan de graauwe boomen in het grijs,
de goede sidder-boomen, ritsel-weenend;
- en ’t is de wind, en ’t is een lamme wijs
van kreun-gezang in snakke tonen stenend...
………

’t Is triestig dat mijn droefheid tháns moet komen,
en lomen in ’t atone van de bomen;
- ’t Is triestig dat het regent in den herfst...

In het gedicht ‘Koorts-deun’ legt de Vlaamse dichter Karel van den Woestijne (1878-1929) de najaarstaferelen in vol ornaat vast. Een man met een vooroorlogse seizoensgriep mijmert in zijn bed over het verval om zich heen. In het najaar anno 2009 wordt er beduidend minder gemijmerd en klinken er andere

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?