Hoe uniek zijn we eigenlijk?

  • 4 min.
  • Media & Cultuur

‘Wij zijn niet alleen ons brein’, zegt filosofe Marjan Slob in De Neuroloog van oktober 2017 over haar met de Socrates prijs bekroonde boek Hersenbeest. Hierin zet ze fMRI-onderzoek naar nieuwe  inzichten over de werking van ons brein tegenover de opvattingen van de geesteswetenschappen.  Subjectieve elementen maken ieder mens uniek, en dus is objectief onderzoek en algemene uitspraken over hersenfuncties niet mogelijk. In Hersenbeest concentreert ze zich op filosofische evergreens zoals de vrije wil, het begrip vrijheid en het zelfgevoel. Haar vragen gaan vaak over wat zij de binnen- en de buitenwereld noemt. De antwoorden komen van de Nijmeegse psycholoog Ap Dijksterhuis in Het slimme onbewuste. Hij zet het bewuste tegenover het onbewuste, gaat in op misverstanden over het bewustzijn, onbewuste waarneming en het automatisch imiteren van de ander. Hij maakt duidelijk hoe het onderbewuste ons gedrag bepaalt, zowel in grote lijn als in details.

Haast in ieder hoofdstuk begint Marjan Slob ons op het verkeerde been te zetten. Ze fulmineert tegen ‘hersenwetenschappers’ die met functionele fMRI aan datamining doen, zonder hypotheses vooraf. Daarop kiest ze voor de dialectiek en spreekt bewonderend over de voortgang in kennis van hersenbiologie. Haar terugkerend thema is de onmogelijkheid om met fMRI het subjectieve van een mens te doorgronden, en we dus niet kunnen weten hoe ons brein werkt.
Geen wonder dat ze de filosoof Ludwig Wittgenstein uit het begin van de vorige eeuw bespreekt. Hoewel hij grote waarde toekende aan het subjectieve, verliest voor hem taal daar zijn betekenis omdat voor de een hetzelfde woord een net andere betekenis heeft dan voor de ander. Woorden en taal zijn volgens hem alleen geschikt voor empirische feiten, maar niet voor persoonlijke begrippen als emoties, godsdienst of kunstuitingen. Want hoe kunnen we weten wat

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?